‘Mam, wat is een vagining?’ – Een ochtendgesprekje met mijn dochter (16 vragen in 20 minuten vóór 7.30u)

‘Mam, wat is een vagining?’ – Een ochtendgesprekje met mijn dochter (16 vragen in 20 minuten vóór 7.30u)

Je hebt weleens van die ochtenden dat je nog in een diepe, diepe slaap bent wanneer je wakker wordt getetterd (of gehuild) door je kid(s). Nou, met mijn dochter (4) is rustig wakker worden er dan niet bij. Scherp zijn moet ik zelfs. Vanochtend kreeg ik namelijk in 20 minuten 16 vragen op mij afgevuurd, waaronder over de ‘vagining’ en de dood. Komen ze:

 

1. ‘Wat gaan we doen vandaag?’

‘Moeten we nog maar even kijken, want het gaat volgens mij de hele dag regenen.’

 

2. ‘Maar we gingen toch bloemetjes plukken?’

‘Ja, maar dat gaan we in de regen niet doen.’

 

3. ‘Maar ik zie de zon schijnen. Komt er nu een regenboog?’

‘Dat denk ik niet, daarvoor schijnt de zon niet hard genoeg.’

 

4. ‘Waarom mag ik geen jurk aan vandaag? Dat had ik toch gezegd!’

‘Omdat je anders je broeken nooit aan hebt.’

 

5. ‘Heb je lekker getennist gisteren?’

 ‘Ja hoor.’

 

6. ‘En wat heeft papa gisteren gedaan?’

‘Prison Break gekeken. Over mensen die uit de gevangenis ontsnappen.’

 

7. ‘Uit de gevangenist? Waren het boeven dan?’

‘Dat denk ik ja.’

 

8. ‘En gingen ze daarna naar de smurfen, die ook ontsnapt waren uit de gevangenist?’

‘Haha, hoe kom je daar nou weer bij?’

 

9. ‘Mag ik alsjeblieeeehieeeft hagelslag op brood? Zeg “vooruit”.’

‘Vooruit.’

 

9. ‘Waarom heeft Ties gewonnen met melk drinken?’ (ze is nogal competitief).

‘Omdat jij de hele tijd kletst.’

 

10. (wijzend op een vaas bloemetjes waar fruitvliegjes opzitten): ‘De vliegfruitjes zijn nu bloemfruitjes, toch mam?’

‘Haha, ja.’

 

11. ‘Waarom heb je het vaasje omgedraaid?’

‘Jij ziet ook alles he.’

 

12. (out of the blue, kauwend op haar broodje hagelslag): ‘Wat is een vagining?’

‘Ik denk dat je een vagina bedoelt. Dat is waar je mee plast.’

 

13. ‘Nee, dat zijn toch mijn billen?’

‘Nee, dat is de achterkant. De voorkant heet je vagina. Meisjes hebben een vagina, jongens hebben een piemel.’

 

14. ‘Hebben Julia en Feline ook een vagina?’ (haar beste vriendinnen)

‘Jep.’

 

15. ‘Als je dood bent, heb je dan ook een vagining?’ (ze is nogal bezig met de dood momenteel)

‘Zeker.’

 

16. ‘Als je dood bent, lig je heel lang op de bank toch?’

‘Ik denk dat mama maar even gaat aankleden.’ 



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge